1. Doe net alsof de stad een boerderij is

Het beste kunnen we de opgave van de stad van de toekomst omschrijven doormiddel van een boerderij op het oorspronkelijke platteland. Op een boerenerf ga je slim om met het geld, de tijd en energie die je in het bouwen stopt. Een mooi voorbeeld is het aanleggen van hagen of houtwallen. Ze beschermen een gewas voor loslopend wild of vee op het erf maar zijn tegelijkertijd een broedplek voor zangvogels. Het nut van de zangvogels is dat het opruimen van de vele insecten die de akkers belagen. Kortom, elk resultaat moet niet de oplossing zijn van één probleem, maar meerdere problemen tegelijkertijd oplossen. Boeren gingen daarbij doelbewust op zoek naar meer vragen om te beantwoorden.

Met hetzelfde idee moeten we de complexiteit in de stad aanpakken.  Alle energie die we in nieuwe bouwwerken of buitenruimten stoppen, moeten zoveel mogelijk oplossingen tegelijkertijd produceren. Op deze manier kunnen we slim handelen met tijd, geld, grondstoffen en energie.

  1. Het functioneren van de stad wordt afhankelijk van diversiteit

Veranderingen in onze mobiliteit, energie- en ruimtegebruik vragen om nieuwe systemen. Bij deze systemen vult het aanbod van de ene gebruiker, de vraag van de andere aan. Wil je gebruik maken van een deelauto, zul je andere mensen nodig hebben die dat ook willen. En die ander moet de auto nodig hebben op het moment dat jij dat niet doet.

Kortom, om nieuwe systemen te laten functioneren moet er samenwerking zijn tussen verschillende agenda’s, levensstijlen, behoeften en bankrekeningen. Daarom moeten we in de stad van de toekomst zorgen voor een hoge en wijdverspreide mix van mensen, bestemmingen, activiteiten, buitenruimten en diensten in de gehele stad. Het functioneren ervan wordt afhankelijk van diversiteit.

  1. Maak met publieke ruimte het beeld van de stad

In de afgelopen eeuw stond het object centraal in de architectuur en stedenbouw. Denk aan de Eiffeltoren in Parijs, het Guggenheim in Bilbao, Markthal in Rotterdam. Het zijn stuk voor stuk objecten die het beeld van de stad bepalen. Met de opkomst van de pop-up beweging, de exponentiele groei van festivals en evenementen in steden, de herontdekking van stadsstraten, parken en pleinen verandert het gebruik en de betekenis van de stad. Een stad waarbij identiteit meer wordt ingegeven door het stadsleven zelf, de dingen die er gebeuren en die je er kan ervaren.

Zo worden de open ruimten in stad, de publieke, niet-commerciële ruimten, zorgvuldig uitgesneden uit de bebouwde massa, omringt door prachtige architectuur met levendige functies aan de straat, het nieuwe beeld van een stad.

  1. Geef ruimte aan nieuwe vormen van vrijheid

Religieus hoef je niet te zijn, je ontkomt er niet aan dat zodra je vanuit de chaotische stad Istanbul een moskee binnen stapt je een gevoel van rust en eenvoud overkomt. Niet anders geldt dat als je in London, vlak achter Oxford street, weg uit de drukte een Victoriaans kerkje uit 1850 binnen wandelt.

Spirituele of religieuze gebouwen hebben zich door de eeuwen heen om verschillende redenen waardevol gemaakt voor het leven in de stad. Met de stad van de toekomst die meer en meer verdicht en drukker lijkt te worden moeten we niet vergeten de stilte in te bouwen. Om je als bewoner van de stad te kunnen ontplooien moet hiervoor de rust en ruimte kunnen zijn die daar voor nodig. In het drukke leven van nu vinden mensen ieder hun eigen manier van ontspanning. Sommige lopen hard met een koptelefoon op, andere maken de muziek zelf of lezen boeken, dichten, mediteren, wandelen met het hoofd in de wind of beklimmen een uitkijkpunt om het landschap overzien.

Zo ontdekken we nieuwe vormen die ons een gevoel van vrijheid geven. Noem ze van onschatbare waarde, de plekken waar we echt loskomen van de waan van de dag. Dit zijn de plekken waar ongemerkt de meeste waarde zit.

  1. Ontwerp schakels voor nieuwe uitwisselingen

De toekomst is circulair. Onze huidige patronen van consumptie zijn op lange termijn niet duurzaam. Ons afval zullen we intens gaan scheiden zodat grondstoffen kunnen worden hergebruikt. De energievraag moet omlaag door slimmer gebruik te maken van elkaars capaciteiten. Zo verandert de economie, wat voor de ene waardeloos is, blijkt voor de ander waardevol. Betere uitwisseling van energie, materialen, voedsel, ruimte en grondstoffen is essentieel voor een circulaire stad. De stromen die hiermee ontstaan tussen bewoners, instellingen, bedrijven en organisaties vragen om nieuwe schakelingen.

Om nieuwe uitwisselingen echt mogelijk te maken moeten we de schakels ontwerpen. Dat kan zijn een ruimte voor een permanente vrijmarkt in de buurt voor de verkoop van tweedehands spullen, huisgemaakte producten of eigen verbouwde voedsel. Of een multifunctionele logistieke zone, aangesloten op het metronetwerk, waaraan alle bedrijven in een gebied hun output koppelen aan de input van anderen. Of door lokaal een kleine compostfabriek in te richten waarbij het GFT afval van omwonenden de voeding kan zijn voor kleinschalige stadslandbouw. Op deze manier wordt de circulaire economie fysiek onderdeel van de stad. Door het zichtbaar te maken, snappen we het beter en wordt de wisselwerking wederkerig. De kwaliteit van elke schakel gaat daarmee de kwaliteit van de hele stad bepalen.

  1. Vervaag de grens tussen stad en land

Er is een benauwde discussie gaande over waar we moeten bouwen, nu de vraag naar nieuwe woningen zo groot is. Wordt de stad steeds verder verdicht of het platteland vol gebouwd met huisjes met tuintjes? Er lijken voor beide uitersten modellen te worden ontwikkeld die gebaseerd zijn op een klassieke scheiding tussen stad en land.

Door deze grens te vervagen kunnen nieuwe modellen ontstaan. Modellen die de stad vergroenen, ecologisch versterken, biodivers en schoner maken. Modellen die het platteland meer leefbaar maken, geëmancipeerder en aantrekkelijker. Bovendien kan zo de wisselwerking tussen stad en land versterkt worden en ruimte zijn voor de natuur, die zijn eigen gang er kan gaan. Op deze manier kan het groen in de stad een nutsvoorziening worden en bijdragen aan de gezondheid van alle bewoners.

 

  1. Bouw koopmanshuizen

Een van de eerste echte woontypologieën in Nederland, was die van het koopmanshuis. Deze huizen zijn opgebouwd uit drie lagen. Op de begane grond, aan de straatkant wordt gewerkt, op de verdiepingen daarboven gewoond en op zolder is ruimte voor opslag. Doormiddel van een katrol konden goederen vanaf de straat naar de bovenste verdieping worden getakeld. Deze gelaagdheid in drie delen zorgt ervoor dat op elk kavel een verscheidenheid aan functies kan worden gehuisvest. Het koopmanshuis blijft daarom een sterke schakel in het bouwen van leefbare straten.

Bouw daarom koopmanshuizen. Natuurlijk moeten we het type wel aanpassen aan de tijd. De onderste laag, verbonden met de publieke ruimte, kan functioneren als ruimte die je aanbiedt als service en onderdeel maakt van de deeleconomie. Denk hierbij aan flexwerkplekken, vergaderruimte, copyshop, werkplaats, pakketten en boodschappen afhaalpunt of fietsenverhuur. In de tussenlaag bevindt zich de woning zelf met alle privé vertrekken. De bovenste laag en het dak verandert ook van functie. Net als bij de zolder blijft het functioneren in het belang van het hele gebouw. Dit is de ideale plek om lokaal energie te produceren of voedsel te verbouwen. Het kan ook een grote gezamenlijk buitenruimte zijn waar je kunt ontsnappen aan de drukte van de stad en tegelijkertijd ruimte biedt aan waterberging en het versterken van de biodiversiteit.

 

  1. Tem de verschillende snelheden in de stad

De opkomst van de automobiel heeft in de vorige eeuw onze leefwereld letterlijk vergroot. De auto versterkte onze mobiliteit en werd een symbool voor vrijheid. We hebben geïnvesteerd in snelwegen en ringwegen, braken steden deels af om ruimte te bieden voor wegen en parkeergarages. In Nederland zijn er ongeveer 20 miljoen parkeerplaatsen gemaakt, dat is voor iedere auto bijna drie stuks. De auto is een ruimtevreter met een dominante rol in de stad. In huidige discussie over dit onderwerp wordt vaak gesproken over een radicale tegenbeweging, waarbij gebieden geheel autovrij worden gemaakt en enkel ingericht voor voetgangers. Is dat de oplossing?

Aan de andere kant zien we meer en meer nieuwe vormen van mobiliteit ontstaan. Elektrische fietsen- en bakfietsen, pod’s oxboard, kleine elektrische auto’s, de stint. Allemaal voertuigen met een kleine voetafdruk die hun plek proberen te veroveren in de stad. In plaats van opnieuw een vorm van mobiliteit dominant te maken is het slimmer de verschillende vormen in gepaste hoeveelheden in multifunctionele verkeersaders op te nemen en goed voor ze te zorgen.

De oplossing voor monofunctionele verkeersaders in de stad is niet om ze volledig weg te nemen, maar om ze te temmen. Zorg dat connecties tussen verschillende gebieden niet worden geblokkeerd door een barrière van voorbijrazende auto’s en denderende treinwagons. Laat ze vertragen en versnellen op een manier waardoor het stedelijke leven niet wordt belemmerd door deze verkeersknooppunten en verkeerszones ook plekken kunnen worden waar je wilt zijn.

 

  1. Denk groot denk klein

Anders dan bij de grote uitbreidingsplannen in de 20eeeuw gaat de huidige verstedelijking niet meer om het eindresultaat maar het proces. En hoewel de stedenbouw sinds die tijd stuwt op grootschalige aanpak, lijken sinds de economische crisis steeds meer kleinschalige ontwikkeling een stempel te drukken op stedelijke ontwikkeling. In leegstaande panden vullen zich steeds opnieuw met tijdelijke bestemmingen, waardoor van leegstand geen sprake meer is. Een plein of park verandert in een groot restaurant als foodtrucks en marktkraampjes het overnemen op een zondag. Meer en meer investeren particulieren in het produceren van zonne-energie op hun eigen dak.

Tegelijkertijd moet de stad zich voorbereiden op grote vraagstukken met een lange adem en (inter-)nationale agenda. Denk aan watervraagstukken, versterken biodiversiteit, gebalanceerd onderwijsaanbod, inclusieve woningmarkt, verdichting en een verandering naar een circulaire economie.

De stad wordt hoe langer hoe meer een plek waarin stedenbouwkundige opgave van verschillende schaalniveaus samen bestaan. Dat betekent dat (inter-)nationale en regionale structuren versmolten raken met lokale en soms particuliere structuren. Voor de stad van de toekomst moeten we daarom net zoveel groot als klein denken. Zodat stedelijke schalen en dus leefwerelden, met elkaar in samenhang zijn.

 

TEAM FLOCKS

Robbert Guis, Flocks (teamleider en architectuur), Wieke Villerius (stedenbouwkundige) en Rohan Varma, IND-studio (architectuur), Bas Mentink, Royal HaskoningDHV (duurzaamheid), Jasper Stam, Rijms bv (projectontwikkelaar), Jacob Tiellemans, Antea Group (adviseur smart mobility en fiets), Joost Aalbers, Antea Group (adviseur circulariteit), Mieke Peeters, Antea Group (adviseur omgevingsmanagement) en Yorit Kluitman (infographics en fotografie)

 

De studie ‘De stad van de Toekomst’ een gezamenlijk initiatief is van BNA Onderzoek, de TU Delft, Vereniging Deltametropool, de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven, de Directoraten-generaal Mobiliteit, Ruimte en Water en Rijkswaterstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van BZK;